Belanghebbende heeft niet aan onderzoeksplicht voldaan
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. In geschil of de naheffingsaanslag terecht en voor het juiste bedrag is opgelegd.
De rechtbank stelde bij haar oordeel voorop dat het bestaan van de verplichting om parkeerbelasting te voldoen kan blijken uit de aanwezigheid van zodanige apparatuur bij of in de buurt van de parkeerplaats, maar ook uit bebording of andere aanwijzingen op een zodanige wijze dat omtrent de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor die plaats redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan. Niet is vereist dat aan het begin en het eind van elke straat door middel van bebording wordt aangegeven dat het een straat betreft waar parkeerbelasting verschuldigd is. Voor de parkeerder geldt op zijn beurt een onderzoeksplicht om na te gaan of in het gebied waar hij parkeert parkeerbelasting wordt geheven. Volgens de rechtbank was op voldoende kenbare wijze aangegeven dat belanghebbende een betaald parkeren gebied binnenreed dan wel dat zij zich in een dergelijk gebied bevond.
Het hof oordeelt dat de rechtbank op dit punt op goede gronden een juiste beslissing geno-men en neemt dit oordeel over. Het hof voegt hier nog aan toe dat van een belanghebbende mag worden verwacht dat zij adequaat onderzoekt of voor het ter plekke parkeren parkeerbelasting verschuldigd is. In geval een parkeerder zich daarvan voorafgaande aan het parkeren niet op een adequate wijze op de hoogte stelt - bijvoorbeeld door het raadplegen van een geschikte website - houdt die onderzoeksplicht in dat hij (a) alvorens te parkeren, oplet of hij bebording ‘betaald parkeren’ of een parkeerautomaat passeert, en (b) dat hij, nadat hij heeft geparkeerd, zich enige inspanning getroost. Dit laatste kan door een (korte) wandeling te maken rondom zijn parkeerplek om na te gaan of er in de buurt een parkeerautomaat is geplaatst die zich buiten zijn directe gezichtsveld bevindt. Naar het oordeel van het hof volgt uit de gedingstukken dat indien belanghebbende aan deze onderzoeksplicht had voldaan, haar duidelijk was geworden dat zij voor het parkeren op de locatie op dat tijdstip parkeerbelasting verschuldigd was. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond.
DATUM:
23 januari 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2018:363
ZAAKNUMMER:
17/00001
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
