Inpandige taxatie in beroepsfase, geen dwang of bewijsuitsluiting

Belanghebbende stelt dat de taxateur van de gemeente, nadat beroep bij de rechtbank was ingesteld, bij haar een inpandige taxatie heeft uitgevoerd. Zij dacht dat zij verplicht was mee te werken aan deze inpandige opname. Daarom is zij van mening dat het hof het taxatierapport niet tot de gedingstukken mag rekenen. De heffingsambtenaar merkt op dat de taxateur eerst de gemachtigde heeft verzocht om de onroerende zaak inpandig te mogen opnemen. Nadat de gemachtigde van belanghebbende aan de taxateur liet weten dat hij belanghebbende niet telefonisch kon bereiken, heeft de taxateur belanghebbende zelf verzocht om een inpandige opname. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat de taxateur een dwangmiddel heeft gebruikt of anderszins ongeoorloofde druk op belanghebbende heeft uitgeoefend bij het verzoek om een inpandige opname. Het hof sluit het taxatierapport van de heffingsambtenaar daarom niet uit van het bewijs. Met het rapport en zijn toelichting daarop heeft de heffingsambtenaar voor het hof de door hem verdedigde waarde aannemelijk gemaakt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie, gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal, niet-ontvankelijk. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.