Privacy niet geschonden door kentekenparkeren

Belanghebbende stelt dat de gemeente Amsterdam de privacy van de parkerende burger schendt, door bij het doen van aangifte van de parkeerbelasting te vragen naar het kenteken van de auto waarmee wordt geparkeerd. De heffingsambtenaar licht toe dat het ingevoerde kenteken dient als referentie, wanneer de scanauto op straat kentekens van geparkeerde auto’s scant. Per kenteken wordt in de database met parkeerbetalingen gecheckt of voor het kenteken een parkeerrecht bestaat. Daarmee is het voertuigkenteken het unieke kenmerk van elk parkeerrecht. Voor de verzending van de naheffingsaanslag wordt het kenteken gekoppeld aan naam en adres van de kentekenhouder, waarvoor de RDW de gegevens levert aan de gemeente. Pas op dat moment worden de gegevens aan een kenteken gekoppeld. De kentekens worden in een landelijke database (Nationaal Parkeerregister) opgeslagen. Controleurs en scanauto’s van Cition maken gebruik van deze database. De controleur krijgt van het systeem het signaal terug of voor het opgevraagde kenteken (voldoende) betaald is. Persoonsgegevens worden niet opgeslagen. De scan van een kenteken waarvoor voldoende was betaald, wordt verwijderd uit het register. Een scan van een kenteken waarvoor niet of onvoldoende was betaald, blijft 90 dagen bewaard voor het afhandelen van een eventueel bezwaar en beroep. Elke gemeente kan alleen de eigen parkeerrechten en controles inzien.
Naar het oordeel van het hof zijn de kentekengegevens geen persoonsgegevens, omdat, naar het hof aannemelijk acht, deze door de versleuteling niet in relatie tot een natuurlijk persoon identificeerbaar zijn. In zoverre mist artikel 8 Wbp toepassing. Uitgaande van de definitie van artikel 1, onderdeel a, Wbp vormt een kentekengegeven voor de heffingsambtenaar in beginsel wel een persoonsgegeven, omdat hij via Cition de beschikking krijgt over onversleutelde kentekengegevens van voertuigen die binnen de gemeente geparkeerd zijn en die aan een natuurlijk persoon kunnen worden gerelateerd. Het betreft hier echter uitsluitend kentekengegevens waarvoor geen parkeerrecht is geregistreerd. In dit opzicht komt de praktijk van het kentekenparkeren overeen met de wijze van heffing van parkeerbelasting die vóór de invoering van het kentekenparkeren (juli 2013) van toepassing was. Voor zover artikel 8, tweede lid, EVRM inhoudt dat niet elke bij wet voorziene inmenging in het belang van het economisch welzijn van het land daartoe als noodzakelijk kan worden beschouwd, dient, met inachtneming van de marges die daarbij aan de wet- of regelgever gegeven zijn, een afweging te worden gemaakt tussen het met die inmenging gediende doel en de aard en de omvang van het gebezigde middel. Aan belanghebbendes verzoek om een financiële onderbouwing van het kentekenparkeren is de heffingsambtenaar niet gehouden. Voldoende is te achten dat meer in abstracto met de invoering van het systeem van kentekenparkeren de effectiviteit en de efficiency van de heffing zijn gediend.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.