Terecht geen kostenvergoeding toegekend
Omdat een parkeercontroleur heeft geconstateerd dat het parkeerkaartje ondersteboven achter de voorruit van het voertuig van belanghebbende lag, heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven een naheffingsaanslag opgelegd. Na het tonen van het betreffende parkeerkaartje is bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag vernietigd, maar is geen kostenvergoeding toegekend. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de kosten van de bezwaarfase vanwege het herroepen van de naheffingsaanslag wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in art. 7:15 Awb.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar volledig aan het standpunt van belangheb-bende is tegemoetgekomen door de aanslag te vernietigen en hij daardoor, gelet op art. 7:3, aanhef en onderdeel e Awb kon afzien van het horen van belanghebbende. Het verzoek om kostenvergoeding is een afzonderlijk verzoek op grond van art. 7:15 lid 2 en 3 Awb, dat niet kan worden gezien als behorend tot het bezwaar tegen de naheffingsaanslag waarvoor de heffingsambtenaar op grond van art. 7:2 Awb belanghebbende dient te horen voordat hij op dat bezwaar beslist. Dat het kostenvergoedingsverzoek niet is ingewilligd laat derhalve onverlet dat de heffingsambtenaar volledig aan het bezwaar is tegemoetgekomen. De rechtbank vindt hiervoor steun in het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:349, nieuwsservice 2018 week 12).
Het enkele feit dat een bestuursorgaan na een bezwaarschrift terugkomt op een eerder genomen besluit, brengt nog niet met zich dat het primaire besluit reeds daarom wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. De heffingsambtenaar heeft terecht geen proceskostenvergoeding toegekend.
DATUM:
24 mei 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2018:2533
ZAAKNUMMER:
SHE 17/3253
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
