Kaartje achteraf overgelegd, schadevergoeding
In geschil is de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende heeft na oplegging van de aanslag door de gemeente Zwolle zowel in bezwaar als beroep een parkeerkaartje overgelegd. Het staat buiten kijf dat het kaartje niet zichtbaar achter de voorruit lag waardoor vaststaat dat de belasting niet op de voorgeschreven wijze op aangifte was voldaan. De bij wege van voldoening op aangifte te heffen belasting kan alleen worden nageheven indien deze niet is betaald conform artikel 20 AWR (Hoge Raad 8 januari 1997, nr. 31 657, BNB 1997/68c*). De verplichtingen tot voldoening op aangifte en tot betaling van de belasting hangen weliswaar nauw met elkaar samen maar zijn niettemin afzonderlijke verplichtingen, zodat niet valt aan te nemen dat in artikel 20 met de term betalen tevens het doen van aangifte wordt aangeduid (Hoge Raad 23 februari 1984, nr. 22 238, BNB 1984/234).
Het Hof acht het aannemelijk dat de belasting wel was betaald. Belanghebbende verzoekt om schadevergoeding, omdat hij het overgelegde parkeerkaartje à ƒ 7,50 niet meer kan declareren bij zijn baas. Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende deze schade heeft geleden en haar oorzaak rechtstreeks vindt in de opgelegde naheffingsaanslag. Het beroep is gegrond en de gemeente dient de schade te vergoeden van ƒ 7,50, vermeerderd met de wettelijke rente.
DATUM:
14 juni 2001
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2001:AB2964
ZAAKNUMMER:
99/3563
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
