Alleen waarderingsvrijstelling voor dijklichaam als waterverdedigingswerk
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak die is gelegen aan een waterverdedigingswerk, een dijk, in het gebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Voor het hof (nieuwsservice 2017 Week 33) was in geschil of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Daarbij was onder meer de vraag aan de orde op welke delen van de onroerende zaak de waarderingsuitzondering van toepassing is voor waterverdedigingswerken als bedoeld in artikel 2, lid 1, aanhef en letter f, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak niet te hoog heeft vastgesteld en heeft daarbij overwogen dat de heffingsambtenaar bij de waardering in voldoende mate rekening heeft gehouden met de voor de kernzone geldende waarderingsvrijstelling.
De A-G concludeerde tot ongegrond-verklaring van het beroep in cassatie (nieuwsservice 2018 Week 13).
De Hoge Raad oordeelt dat, voor zover de klachten betogen dat de waarderingsvrijstelling ook van toepassing is op de naast de onderhavige dijk gelegen zones waarin op grond van de keur van het waterschap voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van die dijk, zij falen omdat alleen het dijklichaam zelf een waterverdedigingswerk is als bedoeld in artikel 2, lid 1, aanhef en letter f, van de Uitvoeringsregeling (HR 10 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2828).
DATUM:
25 mei 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:625
ZAAKNUMMER:
17/03950
INSTANTIE:
Hoge Raad
