Bestaan van leaseovereenkomst met partner niet aannemelijk
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep is in geschil of dat terecht is.
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage verwerpt de stelling van belanghebbende dat zijn partner tegen zijn wil van de auto gebruik heeft gemaakt. Hij heeft zijn partner gebruik van zijn auto toegestaan onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij bij gebruik geen verkeers- dan wel parkeerboetes/-naheffingen mag belopen.
Het hof oordeelt dat het bestaan van de door belanghebbende gestelde leaseovereenkomst met zijn partner niet aannemelijk is gemaakt. Belanghebbende heeft eerst op het laatste moment, namelijk ter zitting van het hof, gesteld dat er een leaseovereenkomst is. Het aanbod van belanghebbende deze overeenkomst alsnog over te leggen, dient terzijde te worden gesteld als in strijd met de goede procesorde. De partner van belanghebbende heeft volgens het hof met zijn toestemming van de auto gebruik gemaakt. De voorwaarde heeft betrekking op de wijze waarop met de auto gebruik van de weg wordt gemaakt en tast de daaraan voorafgaande toestemming niet aan.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
06 juli 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1173
ZAAKNUMMER:
BK-09/00355
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
