Stilzetten van auto om telefoongesprek te voeren is parkeren

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. In geschil is of terecht parkeerbelasting is nageheven. Het hof overweegt dat ingevolge art. 225 lid 2 Gemeentewet en de Verordening onder parkeren wordt verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van zaken. Het stilzetten van een auto om een telefoongesprek te voeren op een parkeerplaats moet dan ook worden aangemerkt als parkeren in de zin van de Verordening, ook als dat telefoongesprek en het in verband hiermee stil staan van de auto slechts korte tijd heeft geduurd. Belanghebbendes betoog dat de wijze van controleren of de parkeerbelasting is betaald niet uitsluit dat ten onrechte niet onderkend wordt dat sprake is van in- of uitstappen of laden en lossen, mist voor dit geding betekenis. Belanghebbende heeft immers aangevoerd dat hij de auto heeft stilgezet voor een ander doel (het voeren van een telefoongesprek). 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.