Alleen het dijklichaam zelf is een waterverdedigingswerk

Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een schuur, stal, mestkelder en percelen (landbouw)grond gelegen aan een waterverdedigingswerk, een dijk, in het gebied van het waterschap Rivierenland. Voor het hof was in geschil of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde te hoog heeft vastgesteld. In geschil was de vraag op welke delen de waarderingsuitzondering van toepassing is voor waterverdedigingswerken (art. 2 lid 1, aanhef en letter f, Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ). Het hof heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:364) geoordeeld dat de waarderingsuitzondering beperkt blijft tot het waterverdedigingswerk (de dijk) met uitzondering van de daartoe behorende delen die dienen tot woning. Belanghebbende betoogt dat het hof heeft miskend dat ook buiten aanmerking moet blijven de waarde die is toe te rekenen aan de naast de dijk gelegen zones waarin op grond van de keur van het waterschap voorschriften en beperkingen gelden voor bescherming van die dijk.
De Hoge Raad oordeelt dat alleen het dijklichaam zelf een waterverdedigingswerk is als bedoeld in art. 2 lid 1, aanhef en letter f, Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ. Dat een waterschap ter bescherming en beheer van dat dijklichaam voorschriften vaststelt en be-heersmaatregelen neemt die gelden voor naastgelegen zones, brengt niet mee dat die zones gerekend moeten worden tot de in de bepaling bedoelde werken die bij de waardering buiten aanmerking moeten blijven.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.