Niet aannemelijk gemaakt dat auto geparkeerd stond
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto in Amsterdam geparkeerd stond zonder geldig parkeerkaartje.
Het Hof is van oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de auto op het bewuste tijdstip in Amsterdam geparkeerd stond. Zeker niet nu de verklaring van belanghebbende, inhoudende dat zij elke werkdag met de auto van Breda naar haar werk in Rotterdam rijdt en dat zij de auto nooit uitleent en gelet op de overgelegde verklaring van haar werkgever dat zij op de betreffende dag op haar werk aanwezig was, het Hof plausibel voorkomt.
Hierbij acht het Hof het volgende nog van belang. De heffing en invordering van parkeerbelastingen is gemandateerd aan een particulier bedrijf. Ook het doen van uitspraken op bezwaar-schriften en het voeren van procedures is aan dit bedrijf gemandateerd. De verweerder heeft verklaard dat het bedrijf een commercieel belang heeft bij het opleggen en handhaven van naheffingsaanslagen en wel in die zin dat de opbrengsten voor het bedrijf stijgen naar mate er meer naheffingsaanslagen opgelegd en gehandhaafd blijven.
Het Hof is van mening dat anders dan verweerder betoogt, er - onder andere en met name gelet op dit commerciële belang van verweerder - geen reden is om in geval verklaringen van verweerder en belanghebbende elkaar tegenspreken, ervan uit te gaan dat de verklaringen van verweerder juist zijn. Hoewel het Hof geen reden heeft te twijfelen aan de goede trouw van de parkeercontroleur die de litigieuze naheffingsaanslag heeft opgelegd, is niet uit te sluiten dat deze controleur bij de aanslagregeling een vergissing gemaakt heeft, in die zin dat hij bij het invoeren van de aanslaggegevens een verkeerd kenteken heeft ingetoetst. Dit geldt zeker nu verweerder ter zitting heeft verklaard dat zulks inderdaad - zij het niet vaak - voorkomt.
DATUM:
26 april 2005
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5336
ZAAKNUMMER:
04/02438
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
