Betwisting aanwezigheid auto

Belanghebbende ontkent dat zijn auto op de betreffende plaats op de betreffende tijd was geparkeerd. Hij stelt dat er ander dan hij met een zelfde auto met een gelijkend kenteken het belastbare feit heeft begaan. Het overlegt een brief waaruit blijkt dat de Officier van Justitie een snelheidsovertreding aan belanghebbende heeft vernietigd om dezelfde reden. De gemeente stelt dat dit kan inhouden dat er wellicht zo'n auto kan rondrijden, maar dat dat niet aantoont dat belanghebbendes auto niet op de betreffende tijd op de betreffende plaats was. De bewijslast ligt, anders dan belanghebbende meent en in het strafrecht geldt, op belanghebbende. Hoewel daaraan geen hoge eisen mogen worden gesteld, is belanghebbende daarin niet geslaagd. De verwijzing naar de brief van de Officier is in ieder geval onvoldoende. Tevens heeft belanghebbende nagelaten een getuigenverklaring te overleggen en is hij niet ter zitting verschenen. 

(Gerechtshof Den Haag 3 juli 2001, nr. BK-00/2470, E X, Belastingblad 2002, blz. 90)

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.