Overtreding parkeerverbod
In geschil is de vraag of de heffingsambtenaar van de gemeente Gouda terecht een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. In hoger beroep staat het volgende vast.
De auto van belanghebbende stond geparkeerd op een parkeerplaats die door het college is aangewezen als een plaats die van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 21.00 uur bestemd is voor het parkeren door vergunninghouders. Ingevolge het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening 2007 is de parkeerplaats op die tijdstippen ook aangewezen als een plaats waar tegen betaling bij parkeerapparatuur mag worden geparkeerd. Belanghebbende is, om met zijn auto de parkeerplaats te bereiken, twee zoneborden gepasseerd. Deze stonden op korte afstand achter elkaar. Blijkens de aanduidingen op het eerste bord, Bord E1 van Bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), wordt bij het passeren ervan een zone ingegaan, waar parkeren niet is toegestaan. Blijkens de aanduidingen op het tweede bord, Bord E9 van Bijlage 1 bij het RVV 1990, wordt bij het passeren ervan een zone (Sector I) ingegaan, waar parkeren alleen is toegestaan voor vergunninghouders en dagkaarthouders.
Het hof oordeelt dat de auto van belanghebbende was geparkeerd op een plaats in een gebied waar volgens de hiervoor genoemde zoneborden uitsluitend met een parkeervergunning of een dagkaart mocht worden geparkeerd. Belanghebbende heeft, door zijn auto zonder vergunning of dagkaart op de parkeerplaats te laten staan, dit verbod overtreden. Het betreft, nu dit verbod voortvloeit uit de aanwezigheid van het vorenvermelde Bord E1 van Bijlage 1 van het RVV 1990 als zonebord, een wettelijk verbod dat aan naheffing van parkeerbelasting in de weg staat. Reeds hierom kan de naheffingsaanslag volgens het hof niet in stand blijven.
De stelling van de heffingsambtenaar dat van het parkeerverbod zijn uitgezonderd de plaatsen waar met een vergunning of met een dagkaart kan worden geparkeerd, wordt door het hof niet gehonoreerd. Een onderbord waaruit deze restrictie blijkt ontbreekt immers. Het hof voegt daaraan toe dat de naheffingsaanslag bovendien geen stand kan houden, omdat uit de Verordening en het Uitvoeringsbesluit en de situatie ter plaatse niet eenduidig kan worden vastgesteld welk tarief voor betaald parkeren parkeerbelasting zou zijn verschuldigd.
Het hof verklaart het beroep gegrond.
DATUM:
15 januari 2009
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2009:BH7437
ZAAKNUMMER:
BK-08/00141
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
