Heffingsambtenaar hoeft geen factuur met BTW uit te reiken

De heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. In het bezwaarschrift heeft belanghebbende verzocht om een factuur uit te reiken als bedoeld in de artikelen 34c en volgende van de Wet OB (BTW-factuur).
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat sprake is van verstoring van de mededinging van enige betekenis. De gemeente Arnhem handelt voor het gelegenheid geven tot straatparkeren als ondernemer en niet als overheid. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar opgedragen aan belanghebbende een factuur uit te reiken als bedoeld in artikel 35a van de Wet OB.
Het hof leidt uit de arresten van de Hoge Raad van 23 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:412 en ECLI:NL:HR:2018:413, nieuwsservice 2018 week 13) af dat het hoger beroep ontvankelijk is doch ongegrond. Belanghebbende kan in een procedure over een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen verzoek doen om uitreiking van een BTW-factuur. Het nationale recht noch het Unierecht biedt steun voor de opvatting dat een gemeentelijke parkeerverordening onverbindend is omdat zij geen melding maakt van omzetbelasting. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een BTW-factuur dient uit te reiken.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.