Begroting en ramingsprocedure
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd. Het geschil gaat om de vraag of de aan de naheffingsaanslag verbonden geraamde kosten lager zijn dan de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten. Tevens is in geschil of de gemeente de in artikel 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen (hierna: het Besluit) voorgeschreven ramingsprocedure in acht heeft genomen.
Volgens belanghebbende heeft uitsluitend voor het jaar 1992 een raming op basis van artikel 2 van het Besluit plaatsgevonden. De gemeente stelt hiertegenover dat de ramingen zijn opgenomen in de totale begroting, welke door de raad jaarlijks wordt vastgesteld.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 14 juni 2002, BNB 2002/293 overwogen dat voornoemd artikel niet eist dat de gemeenteraad voor elk kalenderjaar daarna een nieuw kostenbesluit neemt op basis van nieuwe ramingen. Wel vloeit uit het Besluit voort dat het in enig jaar geldende kostenbedrag het bedrag dat zou zijn berekend op basis van ramingen voor het desbetreffende jaar niet mag overtreffen.
Indien de gemeenteraad heeft nagelaten voor een bepaald jaar het kostenbedrag vast te stellen op basis van ramingen voor dat jaar en de belastingplichtige zich beroept op zodanig nalaten, rust op de gemeente de bewijslast dat aan die eis is voldaan. De gemeente heeft hiertoe de begroting 1998-2001 en de begroting 1998 overgelegd. Het Hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde begroting. De gemeente heeft 75% van de salariskosten van de parkeercontroleurs toegerekend aan de kosten van de naheffingsaanslagen. De reden hiervoor is dat de controleurs ook andere taken hebben. Aan de hand van het aantal uitgeschreven Wet-Mulder bonnen is deze verdeling tot stand gekomen. Volgens belanghebbende is de tijdsbesteding de juiste verdeelsleutel. Het Hof acht aannemelijk dat de hoofdtaak van de controleurs is gelegen in werkzaamheden die zijn gerelateerd aan de heffing van parkeerbelastingen. Gelet hierop acht het Hof de verdeling redelijk. Vervolgens stelt belanghebbende dat alleen de salariskosten mogen worden opgevoerd die rechtstreeks betrekking hebben op de inning van niet betaalde parkeerbelastingen. De tijd die de controleurs besteden aan de controle mag volgens belanghebbende niet worden meegerekend. Het Hof is van oordeel dat tot de kosten die rechtstreeks verband houden met de inning van niet betaalde parkeerbelasting ook de totale controlekosten behoren. Het Hof is van oordeel dat de geraamde kosten de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten verre te boven gaan en dat de voorschriften van artikel 2 van het Besluit in acht zijn genomen. Het beroep is ongegrond.
DATUM:
29 augustus 2003
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3288
ZAAKNUMMER:
01/03183
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
