Geen waarderingsuitzondering natuurterreinen voor producent drinkwater
X is eigenaar van een onroerende zaak, zijnde een waterproductiebedrijf van drinkwater met grond die volgens haar wordt gebruikt als natuurterrein. De rechtbank overweegt dat uit een KvK-uittreksel blijkt dat X als hoofddoel het produceren van drinkwater heeft, en niet het behoud van natuurschoon. Er is verder geen sprake van discriminatie doordat onderscheid gemaakt wordt tussen het beheer van rechtspersonen die zich (nagenoeg) uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen en rechtspersonen die naast het beheer van natuurterreinen ook andere doelstellingen nastreven. Het is expliciet de bedoeling van de wetgever geweest de waarderingsuitzondering te beperken tot echte natuurterreinen. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor het onderscheid tussen particulieren en rechtspersonen een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat. Dit gaat volgens de rechtbank ook op voor het onderscheid tussen rechtspersonen die uitsluitend natuurterreinen beheren en rechtspersonen die naast het beheer van natuurterreinen ook andere activiteiten verrichten.
Terug naar kennisbankDATUM:
28 januari 2020
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2020:704
ZAAKNUMMER:
18/99
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
