Gehele omgevingsvergunning wordt getroffen door de legessanctie
Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning. De aanvraag is in strijd met het verouderde bestemmingsplan, zodat er ook een buitenplanse ontheffing is aangevraagd.
B&W van de gemeente Zevenaar hebben aangevoerd dat de legessanctie alleen ziet op de expliciet in de MvT van de Wro genoemde bouw- aanleg of sloopactiviteiten (binnenplanse afwijking).
Het hof heeft overwogen dat er slechts één belastbaar feit is waarvoor één tarief in rekening gebracht kan worden, dat is opgebouwd uit verschillende (samenhangende) onderdelen. Het hof heeft geoordeeld dat alle activiteiten die uit de in behandeling genomen aanvraag voort-vloeien die kunnen leiden tot het in rekening brengen van leges, als samenhangend moeten worden beschouwd, in die zin dat zij onderdeel zijn van één dienst die door of namens het gemeentebestuur wordt verstrekt en die verband houdt met het bestemmingsplan.
De Hoge Raad overweegt dat een redelijke, met doel en strekking van art. 3.1 lid 4 Wro strokende uitleg van de legessanctie meebrengt dat daardoor niet alleen de bevoegdheid tot invordering vervalt, maar ook de bevoegdheid tot heffen van de leges.
Anders dan B&W betogen, ziet de legessanctie niet uitsluitend op het in behandeling nemen van aanvragen voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten in overeenstemming met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in art. 2.1 lid 1, letter a, b en f Wabo. Ook aanvragen als de onderhavige, waarin verzocht wordt om een op grond van art. 2.1 lid 1, letter c Wabo benodigde vergunning voor activiteiten die in strijd zijn met dat bestemmingsplan (buitenplanse afwijking), houden verband met dat bestemmingsplan in de zin van art. 3.1 lid 4 Wro. Het voor de toepasselijkheid van de legessanctie vereiste verband is gelegen in de omstandigheid dat de noodzaak om een vergunning als bedoeld in art. 2.1 lid 1, letter c Wabo aan te vragen, vloeit voort uit de inhoud van het (te oude) bestemmingsplan. De klachten berusten voorts op het betoog dat het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning diverse diensten meebrengt die voor een deel geen verband houden met het bestemmingsplan.
De Hoge Raad overweegt voorts dat de leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning. Het in behandeling nemen van zo’n aanvraag moet worden aangemerkt als één door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst die verband houdt met het bestemmingsplan. Dat het gemeentebestuur in het kader van de verdere behandeling van de aanvraag werkzaamheden van verschillende aard moet verrichten en verschillende toetsingskaders moet hanteren, is van geen belang. De totale vergunningaanvraag valt derhalve onder de legessanctie.
DATUM:
17 november 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:2877
ZAAKNUMMER:
16/06031
INSTANTIE:
Hoge Raad
