Geen individualiseerbaar belang bij BIBOB-onderzoek
De heffingsambtenaar van de gemeente Kerkrade heeft voor de aanvraag van een vergunning voor een escortbedrijf leges voor een BIBOB-intake en -screening geheven.
Het hof is van oordeel dat uit de wetsbepaling, beweegredenen en toelichtingen, in onderlinge samenhang gezien, moet worden afgeleid dat de inzet van elke variant van het BIBOB-instrumentarium preventief van karakter is en zich richt op het voorkomen van criminele activiteiten en strafbare feiten, alsmede op het handhaven van de integriteit van het bestuur. De op grond van de BIBOB-beleidslijn verrichte toetsing wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening voor een individualiseerbaar belang. Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een dienst, zodat legesheffing niet is toegestaan (nieuwsservice 2015, week 46).
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht aandacht heeft besteed aan het karakter van de in het kader van de Wet BIBOB te verrichten werkzaamheden. Het oordeel van het hof dat daarbij voorop staat de bescherming van de overheid tegen het risico ongewild direct of indirect criminele activiteiten te faciliteren en te voorkomen dat de integriteit van de overheid daarmee wordt geschaad, vindt voldoende steun in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet BIBOB. Met zijn oordeel dat deze BIBOB-activiteiten, gelet op het doel waarmee zij zijn verricht, niet rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang, heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechts-opvatting en heeft het, met inachtneming van de doelstelling van de Wet BIBOB, op begrijpelijke wijze geoordeeld dat het dienen van het belang van de aanvrager van de vergunning daarbij niet voorop heeft gestaan. Van voormeld oordeel behoefde het hof zich niet te laten weerhouden door de omstandigheid dat de BIBOB-activiteiten plaatsvonden in het kader van de behandeling van de aanvraag voor een escortvergunning door belanghebbende. Doordat de verhoging van het tarief met € 568 uitsluitend plaatsvindt bij een BIBOB-intake en screening, moet worden aangenomen dat de leges geheven worden ter zake van de daarmee gepaard gaande werkzaamheden. Het hof heeft bij zijn oordeel over de toelaatbaarheid van dit deel van het tarief daarom terecht slechts acht geslagen op deze werkzaamheden. Evenmin is doorslag-gevend dat in de MvT bij de Wet BIBOB te kennen is gegeven dat de kosten van een BIBOB-advies kunnen worden gerangschikt onder de kosten waarvoor leges mogen worden geheven. Een dergelijke uitlating bij de parlementaire behandeling van de Wet BIBOB is niet doorslaggevend voor de toepassing van de toen reeds bestaande regeling, nog daargelaten dat het in de MvT ook voor mogelijk wordt gehouden dat de kosten die voortvloeien uit de aanvraag van een BIBOB-advies moeten worden aangemerkt als (preventieve) handhavingskosten die in beginsel niet kunnen worden doorberekend in de leges.
DATUM:
28 oktober 2016
ECLI:
ECLI:NL:HR:2016:2426
ZAAKNUMMER:
15/05569
INSTANTIE:
Hoge Raad
