Beschikking hoeft toestandsdatum niet te vermelden
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld onder vermelding van de waardepeildatum 1 januari 2003. Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Epe bij uitspraak de beschikking gehandhaafd. De Rechtbank Zutphen heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde verminderd. Hof Arnhem heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde verminderd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad overweegt dat voorop moet worden gesteld dat een beschikking als de onderhavige, waarmee de waarde van een onroerende zaak wordt vastgesteld op de voet van artikel 22 Wet WOZ, niet behoeft te vermelden naar welke datum de staat van de zaak is bepaald (de toestandsdatum). Wel moet een dergelijke beschikking de waardepeildatum vermelden. Die vermelding betekent echter niet dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de beschikking in bezwaar en beroep steeds moet worden uitgegaan van de toestand van de onroerende zaak op die datum. Op grond van het voor het onderhavige jaar geldende artikel 19, lid 1, Wet WOZ moet de waarde bij een beschikking als bedoeld in artikel 22 Wet WOZ immers onder omstandigheden worden vastgesteld naar de staat van de onroerende zaak op een ander tijdstip dan de waardepeildatum, te weten het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
DATUM:
05 maart 2010
ECLI:
ECLI:NL:HR:2010:BL1947
ZAAKNUMMER:
09/00674
INSTANTIE:
Hoge Raad
