Tweede legesnota terecht vastgesteld
Belanghebbende heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend waarvoor een nota leges is opgelegd. De gemeente Losser heeft de vergunning geweigerd. Vervolgens heeft belanghebbende weer een bouwvergunning aangevraagd, die wel is verleend en waar ook weer een legesnota voor is opgelegd. Belanghebbende heeft bezwaar tegen de tweede legesnota ingediend. Ondertussen heeft de Rechtbank Almelo in een beroepsprocedure tegen het weigeren van de vergunning beslist dat de gemeente de vergunning niet had mogen weigeren en dat deze vergunning vanwege het laten verlopen van de beslistermijn van rechtswege is verleend. In de belastingprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat de tweede aanvraag in behandeling is genomen en dat de tweede legesnota daarom terecht is vastgesteld.
Het hof overweegt dat aangezien tussen partijen niet in geschil is dat de tweede aanvraag in behandeling is genomen, daaruit volgt dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan. Van een, zoals belanghebbende heeft gesteld, op hem uitgeoefende ongeoorloofde druk een tweede aanvraag in te dienen is het hof niet gebleken. Belanghebbende heeft bewust ervoor gekozen een tweede aanvraag in te dienen in plaats van de uitkomst van de procedure tegen de weigering van de vergunning af te wachten. Het hof merkt op dat de eerste legesnota in dit hoger beroep geen onderwerp van geschil is. Ten overvloede merkt het hof op dat de eerste legesnota reeds onherroepelijk vaststaat, nu de Hoge Raad het daartegen ingestelde beroep in cassatie met toepassing van artikel 81 RO heeft afgedaan.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond m.t.v. art 81 RO.
DATUM:
14 april 2015
ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:941
ZAAKNUMMER:
14/02240
INSTANTIE:
Hoge Raad
