Reparatiewet voorziet in een (nieuwe) grondslag voor de heffing
Het hof heeft geoordeeld dat de Legesverordening 2011 niet voorziet in een heffing en een belastbaar feit dat is gebaseerd op artikel 1 van de Reparatiewet. Artikel 2, eerste lid, van de Reparatiewet maakt dit niet anders, aldus het hof, omdat die bepaling niet door of namens het in artikel 216 van de Gemeentewet aangewezen orgaan is vastgesteld.
De Hoge Raad overweegt dat, op grond van artikel 2, eerste lid, van de Reparatiewet, een gemeentelijke belastingverordening ter zake van het heffen van rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, letter b, van de Gemeentewet, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een NIK vanaf 22 september 2011 berust op artikel 1 van de Reparatiewet.
Het arrest van 9 september 2011 heeft niet tot gevolg gehad dat iedere rechtskracht aan de gemeentelijke belastingverordening is ontnomen (vgl. HR 25 februari 1953, BNB 1953/107). Het gevolg is slechts dat een wettelijke grondslag in de Gemeentewet ontbreekt voor de toepassing van de verordening op de handelingen ten behoeve van de aanvraag van een NIK.
Met de invoering van de Reparatiewet heeft de wetgever met ingang van 22 september 2011 willen voorzien in een (nieuwe) grondslag voor de heffing van rechten voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een NIK, welke rechten worden aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Artikel 2, eerste lid, van de Reparatiewet bepaalt dat een gemeentelijke belastingverordening ter zake van het heffen van deze rechten vanaf de dag tot welke de Reparatiewet terugwerkt berust op artikel 1 van deze wet. Daarmee heeft de wetgever vanaf 22 september 2011 een wettelijke grondslag in de Gemeentewet gecreëerd voor de heffing van deze rechten. Die verordeningen zijn daarmee vanaf die datum op dit punt niet meer onverbindend. Aangezien slechts sprake is van het repareren van de wettelijke grondslag voor de heffing waarin de gemeentelijke belastingverordening reeds voorzag, is niet vereist dat die verordening opnieuw wordt vastgesteld. Anders dan het hof heeft geoordeeld, kon de Leges-verordening 2011 daarom wel als basis voor de heffing van de rechten dienen.
DATUM:
27 maart 2015
ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:743
ZAAKNUMMER:
13/06195
INSTANTIE:
Hoge Raad
