Verpleeghuis waarin ook andere bedrijfsactiviteiten zijn gehuisvest terecht ingedeeld in klasse 8

Aan belanghebbende zijn aanslagen zuiveringsheffing bedrijven opgelegd ten aanzien van een viertal objecten. Belanghebbende stelt dat de objecten verpleeghuizen betreffen als genoemd in art. 2 Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009 en deze daarom moeten worden ingedeeld in klasse 7 van de tabel afvalwatercoëfficiënten.
De rechtbank overweegt dat vaststaat dat in elk van de objecten verpleegkundige zorg wordt aangeboden. Voorts staat vast dat naast verpleegkundige zorg, in elk van de objecten verschillende bedrijfsactiviteiten/-onderdelen zijn gehuisvest (bijvoorbeeld een restaurant, café, winkel, kapper etc.). De heffingsambtenaar heeft niet, dan wel onvoldoende, weersproken gesteld dat deze voorzieningen ook worden gebruikt door personen die niet in het object hun verblijf hebben. Gesteld nog gebleken is dat wordt gemeten welk deel van de totale hoeveelheid afvalwater samenhangt met het gebruik van de verschillende bedrijfsactiviteiten/-onderdelen. Bovendien is onvoldoende vast komen te staan hoe de verschillende bedrijfsactiviteiten/-onderdelen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Gelet op de verschillende bedrijfsactiviteiten/-onderdelen binnen het object en het feit dat er geen sprake is van (voldoende) gescheiden afvalwaterstromen zijn de objecten niet in te delen in één van de afzonderlijke categorieën van de tabel afvalwatercoëfficiënten. De heffingsambtenaar heeft elk van de objecten derhalve terecht aangemerkt als “de niet in de tabel vermelde bedrijfsruimten of onderdelen van bedrijfsruimten” met een vervuilingswaarde per m3 ingenomen water van 0,023 en de objecten terecht ingedeeld in klasse 8. De verwijzing van belanghebbende naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juni 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:5277), noch hetgeen overigens door belanghebbende is aangevoerd, doen hieraan af. Voor zover belanghebbende met haar verwijzing naar de situatie in ziekenhuizen een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel faalt dit beroep aangezien onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van gelijke gevallen. Omdat belanghebbende niet gehoord is, wordt de heffingsambtenaar veroordeeld in vergoeding van de proceskosten.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.