Kantoorpand bezit voldoende zelfstandigheid, dus is sprake van bedrijfsruimte

Belanghebbende is eigenaar van een kantoorpand dat zij gebruikt als praktijkruimte voor haar advocatenpraktijk als zzp-er. Tegenover het pand bevindt zich de woning. Belanghebbende stelt dat sprake is van een samenstel dat voor de zuiveringsheffing niet als een bedrijfsruimte, maar als een woonruimte moet worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat ingevolge de verordening een bedrijfsruimte een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte of terrein is, niet zijnde een woonruimte. Het object is een gebouwd eigendom dat naar aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen is. Het kantoorpand bezit voldoende zelfstandigheid, omdat het niet voor woondoeleinden gebruikt wordt, een eigen huisnummer en postcode heeft, en een eigen aansluiting op een waterleiding heeft. Gesteld noch gebleken is dat het object geen eigen stroomvoorziening, toiletvoorziening en/of waterafvoer heeft, doch daarvoor afhankelijk is van de voorzieningen van het pand. Dat de bibliotheek en het archief die belanghebbende beroepsmatig gebruikt zich in het andere pand bevinden, cliënten bij het andere pand kunnen parkeren en dat belanghebbende bij grote hitte in het andere pand werkt, doet niet af aan het oordeel. Het kantoorpand is terecht als bedrijfsruimte aangemerkt.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.