B&W had beslissing moeten nemen op verzoek tot intrekken vergunning

Belanghebbende stelt dat de in rekening gebrachte marktgelden niet door hem zijn verschuldigd, omdat hij geen standplaats inneemt op de markt in Zwolle. De heffingsambtenaar brengt daar tegenin dat uit informatie van de afdeling Fysieke Leefomgeving is gebleken dat de standplaats tot 1 oktober 2014 voor belanghebbende ter beschikking is gehouden. Dit leidt tot belastingplicht, aldus de heffingsambtenaar. Het hof overweegt dat uit de marktverordening volgt dat voor het afgeven van vergunningen B&W bevoegd zijn. Belanghebbende heeft op 22 april 2013 verzocht om intrekking van de vergunning voor de standplaats. Het lag dan ook op de weg van B&W om op dat verzoek een beslissing te nemen. Dat B&W dit niet hebben gedaan, kan belanghebbende niet worden tegengeworpen. Nu belanghebbende heeft verzocht om intrekking zijn de facturen die betrekking hebben op de periode na dat verzoek, naar het oordeel van het hof ten onrechte opgelegd. Het hof zal daarom die facturen vernietigen. Nu de gemeente, naar het hof aannemelijk acht, in de periode tot aan belanghebbendes verzoek een standplaats voor de markt ter beschikking heeft gehouden, zijn de overige facturen terecht opgelegd. Dat belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van deze standplaats, doet hieraan niet af.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.