Progressief tarief tweede hond niet onredelijk of willekeurig

Belanghebbende klaagt erover dat de gemeente Heerlen voor het houden van een tweede hond een progressief oplopend tarief in rekening brengt van meer dan 200% van het tarief voor het houden van een eerste hond.
Het hof overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat het hanteren van een progressief tarief is toegestaan. Daargelaten of die progressie op zichzelf beschouwd rechtvaardiging behoeft, kan rechtvaardiging voor de hondenbelasting worden gevonden in de reguleringsgedachte die mede aan die heffing ten grondslag ligt. De mate waarin het tarief progressief is - in dit geval ongeveer 285% - noopt het Hof niet tot het oordeel dat dit tarief in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel of dat de gemeenteraad bij de vaststelling van dat tarief getreden is buiten de grenzen van de vrijheid die de artikelen 219, tweede lid, en 226 van de Gemeentewet aan de gemeenteraad bieden (vgl. HR 9 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX0678). De tariefstelling voor een tweede hond is, naar het oordeel van het Hof, niet onredelijk of willekeurig te noemen, maar valt binnen de aan de gemeenteraad toekomende regelgevende vrijheid.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.