Toetsing vrijstellingen aan het discriminatieverbod
Belanghebbende stelt dat het niet juist is gehandicapten vrij te stellen van de hondenbelasting, maar niet de groep oudere mensen die ook beperkt is in hun handelen.
De rechtbank overweegt dat in de Verordening kan worden geregeld dat bepaalde honden van de belasting worden vrijgesteld. Hiervoor moet dan wel een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaan. De gemeente heeft op dit punt enige vrijheid, met dien verstande dat de vrijstelling geen verband mag houden met de draagkracht van de belastingplichtige en niet mag leiden tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing, die de (formele) wetgever bij het stellen van de regel van artikel 226 van de Gemeentewet niet op het oog kan hebben gehad. De rechtbank is met de heffingsambtenaar van de BSOB van oordeel dat de vereiste objectieve rechtvaardiging er in alle 6 in de Verordening genoemde uitzonderingsgevallen is. In 3 gevallen is geen sprake van het houden van een hond door een individuele inwoner van de gemeente, maar van de (noodzakelijke) opvang van (zwerf)honden in een asiel, honden die worden gehouden om te worden verkocht en honden die slechts tijdelijk binnen de gemeente verblijven en niet worden gehouden door een ingezetene van de gemeente. In de andere 3 gevallen vervult de hond (aantoonbaar) een andere (maatschappelijke) functie dan de hond die door een ingezetene wordt gehouden als gezelschapsdier of voor de bewaking van (een) privé-terrein(en). Anders dan belanghebbende veronderstelt, worden door de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland erkende fokkers belast. Niet erkende fokkers worden ook belast, als zij (een) hond(en) houden. Alleen voor puppies die jonger zijn dan 3 maanden en die tezamen met de moederhond worden gehouden wordt geen belasting geheven. Ook dit onderscheid is gerechtvaardigd. Een aantal van deze puppies zal immers slechts tijdelijk binnen de gemeente verblijven. Voor de jonge honden die binnen de gemeente blijven, ontstaat de belastingplicht zodra de pup niet langer samen met de moederhond wordt gehouden òf zodra het dier ouder is dan 3 maanden.
DATUM:
06 maart 2015
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2015:1146
ZAAKNUMMER:
14/1605
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
