Beroep op gelijkheidsbeginsel niet gehonoreerd
De heffingsambtenaar van de gemeente Noordoostpolder heeft aan belanghebbende een aanslag baatbelasting opgelegd van € 2.700 en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. De aanslag is opgelegd in verband met de aanleg van riolering waarop de onroerende zaak van belanghebbende kan worden aangesloten. Belanghebbende betoogt dat er sprake is van een ongelijkheid van bijdragen van percelen. De heffingsambtenaar heeft aangegeven dat voor 8 onroerende zaken een lager bedrag aan kosten is verhaald (€ 1.739,94), omdat voor dit cluster reeds een rioolpijp was aangelegd en dus minder kosten zijn gemaakt dan voor de overige 23 onroerende zaken.
De rechtbank overweegt dat alle 31 zaken zijn aan te sluiten op het riool, waar ze dat voorheen niet waren. Derhalve ondervinden alle onroerende zaken in dezelfde mate baat van de getroffen voorzieningen. Er is sprake van een ongelijke behandeling door verweerder door het begunstigend beleid ten aanzien van de 8 onroerende zaken.
De rechtbank overweegt dat, wanneer beleid dat berust op een onjuiste rechtsopvatting naar zijn bedoeling slechts is gevoerd ten aanzien van een bepaalde groep belastingplichtigen en aannemelijk is dat het zonder die onjuiste rechtsopvatting achterwege zou zijn gebleven, kunnen belastingplichtigen die niet tot die groep behoren, niet met vrucht een beroep doen op toepassing, over een tijdvak vóórdat van de onjuistheid van die rechtsopvatting was gebleken, van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
28 oktober 2010
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
Awb 09/479
INSTANTIE:
Rechtbank Zwolle-Lelystad
