Samenhangende zaken alleen bij nagenoeg identieke werkzaamheden, geen abstracte toets
Het hof heeft geoordeeld dat de onderhavige zaak en de 14 andere zaken die tijdens de hoorzitting zijn behandeld door de heffingsambtenaar van de gemeente Heemstede geen samenhangende zaken zijn in de zin van artikel 3, tweede lid, van het (nieuwe) Bpb. Het hof achtte aannemelijk dat door de verschillen tussen de tijdens de hoorzitting besproken woningen, de door de gemachtigde volgtijdelijk op de bezwaren gegeven toelichtingen dusdanig verschillend zijn geweest dat niet gezegd kan worden dat dezelfde rechtsbijstandverlener nagenoeg identieke werkzaamheden kon verrichten in iedere zaak. Dat de argumentatie in alle zaken was gebaseerd op een waardebepaling volgens de vergelijkingsmethode doet hieraan niet af, aldus het hof.
De Hoge Raad overweegt dat uit de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit moet worden afgeleid dat de verruiming van het begrip ‘samenhangende zaken’ ziet op situaties waarin diverse zaken gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig worden behandeld, en dezelfde rechtsbijstandsverlener nagenoeg identieke werkzaamheden kon verrichten in iedere zaak. De wijziging heeft blijkens deze nota van toelichting tot doel te bewerkstelligen dat in die situaties de rechtsbijstandverlener niet langer voor iedere zaak afzonderlijk een vergoeding ontvangt. Hiermee heeft de besluitgever willen voorkomen dat een onredelijk hoge vergoeding wordt ontvangen voor de werkzaamheden van die rechtsbijstandverlener. Gelet hierop heeft het hof terecht beslissend geacht of dezelfde dienstverlener (de gemachtigde) in die zaken nagenoeg identieke werkzaamheden kon verrichten. Het oordeel van het hof dat hiervan geen sprake is vanwege de verschillen tussen de tijdens de hoorzitting besproken woningen en de verschillen tussen de door de gemachtigde volgtijdelijk op de bezwaren gegeven toelichting, is niet onbegrijpelijk en behoefde ook geen nadere motivering. Voor het aanleggen van een ‘abstracte toets’, zoals het middel bepleit, biedt die bepaling geen steun.
DATUM:
18 maart 2016
ECLI:
ECLI:NL:HR:2016:420
ZAAKNUMMER:
15/03065
INSTANTIE:
Hoge Raad
