Hoger beroep mag slechts zien op een proceskostenveroordeling

Als primair verweer in cassatie heeft belanghebbende aangevoerd dat de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam niet in hoger beroep kon tegen een uitspraak die geheel conform haar eigen vermindering is en in hoger beroep ook niet enkel en alleen kan procederen over de kosten. De kostenveroordeling maakt immers geen deel uit van het beroep ten principale, doch is een annexiteit, en daarvan is géén afzonderlijk hoger beroep mogelijk.
De Hoge Raad is van oordeel dat in de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage het oordeel ligt besloten dat het mogelijk is om uitsluitend in (hoger) beroep te komen tegen een proceskostenveroordeling, welk oordeel juist is.
Secundair stelt belanghebbende dat de gestelde eis dat er vooraf facturen en betalingsbewijzen moeten zijn overgelegd geen enkele steun vindt in wet en regelgeving.
De Hoge Raad overweegt dat het standpunt, dat uit het feit dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand per definitie volgt dat kosten op belanghebbende drukken, onjuist is (vgl. HR 25 april 2008, nr. 43 815, LJN BD0464, BNB 2008/173).
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.