Kostenvergoeding ondanks huwelijksrelatie tussen belanghebbende en gemachtigde
Belanghebbende heeft haar echtgenoot als gemachtigde gesteld. Dat is door B&W van de gemeente Bergen op zichzelf niet bestreden. De Rechtbank Alkmaar heeft hem aanvaard als gemachtigde. Dat staat daarmee rechtens vast. Ook is niet in geschil dat hij beroepsmatig aan derden rechtsbijstand pleegt te verlenen. B&W heeft niet gesteld dat de gemachtigde aan belanghebbende voor rechtsbijstand geen kosten in rekening heeft gebracht. Aldus moet er in rechte van uit worden gegaan dat hij dat wel heeft gedaan. Het beroepschrift is ondertekend door de gemachtigde en voorzien van een stempel van haar kantoor.
De Hoge Raad is van mening dat uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat de gemachtigde ter zitting is verschenen.
Daarom had in zoverre een veroordeling in de proceskosten moeten worden uitgesproken. De huwelijksrelatie tussen belanghebbende en de gemachtigde staat daaraan niet in de weg (vgl. HR 4 oktober 1995, nr. 30 628, LJN AA3107, BNB 1995/321). Daarbij verdient opmerking dat er in cassatie van kan worden uitgegaan dat de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand pleegt te verlenen als belastingconsulent, terwijl uit de uitspraak van de rechtbank en de stukken van het geding niet blijkt dat de heffingsambtenaar voor de rechtbank heeft aangevoerd dat de gemachtigde in deze zaak niet op zakelijke basis is opgetreden.
Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt gegrond verklaard.
DATUM:
27 november 2009
ECLI:
ECLI:NL:HR:2009:BJ7929
ZAAKNUMMER:
08/02570
INSTANTIE:
Hoge Raad
