Bewijsaanbod afschrijving wegens economische veroudering ten onrechte gepasseerd
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een wijkcentrum, waarvan de heffingsambtenaar van de gemeente Steenwijkerland de WOZ-waarde heeft vastgesteld op € 485.000. Bij uitspraak op bezwaar is de waarde verminderd tot € 401.000, waarbij rekening is gehouden met een afschrijving van 20% voor economische veroudering door de lage bezettingsgraad. In hoger beroep bepleitte belanghebbende een waarde van € 224.000. Zij stelde dat de economische veroudering van het wijkcentrum 60% bedraagt, voornamelijk als gevolg van de lage bezettingsgraad. Belanghebbende heeft hiertoe kopieën uit de agenda van zaalbesprekingen van het wijkcentrum over één week in april 2013 overgelegd, waarbij zij aanbood de gehele agenda aan het hof over te leggen. Over de bezettingsgraad heeft het hof overwogen dat de kopieën van de agenda van zaalbesprekingen over een relatief korte periode onvoldoende zijn om een economische veroudering van 60% te kunnen onderbouwen. Het hof heeft de waarde in goede justitie vastgesteld op € 310.000.
De Hoge Raad oordeelt dat de gedingstukken geen andere conclusie toelaten dan dat belang-hebbende de bezetting van het wijkcentrum gedurende een week maatgevend achtte voor de door haar gestelde gemiddelde bezettingsgraad over het hele jaar. Daarom kon het hof niet tot zijn oordeel met betrekking tot de economische veroudering komen zonder zich nader uit te laten over de representativiteit van de bezettingsgraad gedurende één week. Doordat het hof dit heeft nagelaten, heeft het zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd. Indien het hof van oordeel was dat de gegevens over deze ene week niet zonder meer als representatief kunnen worden aangemerkt, had het belanghebbende bovendien in de gelegenheid moeten stellen het door haar aangeboden bewijs met betrekking tot de overige weken te leveren.
DATUM:
28 oktober 2016
ECLI:
ECLI:NL:HR:2016:2423
ZAAKNUMMER:
16/03211
INSTANTIE:
Hoge Raad
