In hoger beroep geen beperkte toetsing van oordeel rechtbank over volmacht
De rechtbank heeft geoordeeld dat een geldige machtiging ontbreekt en heeft het beroep niet ontvankelijk verklaard. Het hof heeft onder aanhaling van het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:840) overwogen dat het “niet vol zal treden in de beoordelingsruimte van de rechtbank”, maar (marginaal) zal toetsen of de rechtbank in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Een dergelijke beperking van de toetsing in hoger beroep kan niet worden afgeleid uit de door het hof genoemde arresten van de Hoge Raad van 11 oktober 2013 en van 10 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2). Ook overigens is voor een zodanige beperking van de taak van de hogerberoepsrechter geen steun in het recht te vinden.
Blijkens het uittreksel uit het handelsregister was [D] tijdens het ondertekenen van de volmacht bevoegd namens [A] “allerhande beheerhandelingen” te verrichten. Er is geen reden waarom het verstrekken van een volmacht voor een WOZ-procedure over het bij de vennootschap in gebruik zijnde bedrijfspand niet als ‘beheer’ zou kunnen worden beschouwd. Dit laat geen andere conclusie toe dan dat de volmacht bevoegd namens [A] is gegeven. De stukken van het geding bieden geen aanknopingspunt voor het oordeel dat belanghebbende heeft willen terugkomen op die door haar rechtsvoorgangster gegeven volmacht, en evenmin voor een niet-ontvankelijkheid van het beroep om een andere reden. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de rechtbank.
DATUM:
27 oktober 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:2757
ZAAKNUMMER:
17/01293
INSTANTIE:
Hoge Raad
