Nieuwe jurisprudentie geen feit voor herziening uitspraak

Belanghebbende heeft op grond van artikel 8:88 van de Awb een herzieningsverzoek ingediend in verband met na de uitspraak van het Hof gedane jurisprudentie. Met deze jurisprudentie was hij niet bekend en kon hij vóór de uitspraak ook redelijkerwijs niet bekend zijn.
Het hof oordeelt dat, gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:88 van de Awb, nieuwe feiten die opkomen na de hofuitspraak, zelfs als zij een nieuw licht zouden kunnen werpen op de zaak - zoals nieuwe jurisprudentie - niet tot herziening van de uitspraak kunnen leiden (vergelijk MvT Wet herziening fiscaal procesrecht, Kamerstukken II 1996/97, 25 175, nr. 3, blz. 19). Het verzoek wordt in zoverre afgewezen. Nu overigens geen feiten en omstandigheden zijn gesteld en de herzieningsprocedure evenmin de strekking heeft van een herkansingsmogelijkheid om een tot aan de hoogste rechter gevoerd en reeds afgesloten debat te heropenen, moet het verzoek ook voor het overige worden afgewezen. Het hof wijst het verzoek af.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.