Bedrag van aanslag moet duidelijk blijken uit gecombineerd aanslagbiljet
De gemeente Amsterdam heeft aan belanghebbende een aanslagbiljet toegezonden, waarop onder meer het totaalbedrag is vermeld van de ingezetenenomslagen voor het jaar 2004 van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: AGV) en van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: HHNK). De laatstbedoelde heffing is, na daartegen gemaakt bezwaar, gehandhaafd. Het Hof Amsterdam heeft in eerste aanleg het beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de directeur en de aanslag in de ingezetenenomslag van HHNK vernietigd, omdat uit het combibiljet niet kan worden afgeleid uit welke componenten de aanslagen bestaan. Het bedrag van de aanslag blijkt volgens het hof evenmin uit de toelichting op de achterzijde van het combibiljet of uit de bij het aanslagbiljet meegestuurde informatiefolder.
De Hoge Raad overweegt dat voorop moet worden gesteld dat een aanslag op grond van artikel 5, lid 1, van de AWR wordt vastgesteld door het opmaken van een aanslagbiljet. Het bedrag van de aanslag is een essentieel gegeven dat op het aanslagbiljet moet worden vermeld (zie HR 12 november 1997, nr. 32 556, BNB 1998/39 en HR 30 september 1998, nr. 33264, BNB 1998/379). Zij voegt daaraan toe dat op het onderhavige combibiljet het bedrag van de in geschil zijnde aanslag niet afzonderlijk is vermeld. In een dergelijk geval is niettemin sprake van een aanslag die op rechtmatige wijze is vastgesteld, indien het bedrag daarvan voldoende duidelijk blijkt uit andere, gelijktijdig en in samenhang met het aanslagbiljet uitgereikte of verzonden informatie (vgl. HR 30 september 1998, nr. 33 264, BNB 1998/379). Het hof heeft geoordeeld dat deze situatie zich in het onderhavige geval niet voordoet en de daartoe gebezigde motivering geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
De stelling van het Hoogheemraadschap dat in de informatiefolder voor raadpleging van de tarieven wordt verwezen naar een internetsite, wordt eveneens verworpen. Dit vergt een onderzoek van feitelijke aard, namelijk naar hetgeen in 2004 op die site te lezen viel en voor een dergelijk onderzoek is in cassatie geen plaats.
Nu geen sprake is van een kenbare fout die niet tot enig misverstand kon leiden, is de aanslag niet op rechtmatige wijze vastgesteld. Het bepaalde in de artikelen 3:47 e.v. van Awb kan hier niet aan afdoen, aangezien die bepalingen slechts betrekking hebben op de motivering van een genomen besluit, terwijl het hier gaat om een essentieel gebrek van het besluit zelf. Een behoorlijke rechtsbescherming brengt mee dat tegen een aanslag ook dan bezwaar en beroep kan worden ingesteld, indien het bedrag daarvan niet op deugdelijke wijze op het aanslagbiljet is vermeld. In dat geval dient de aanslag vernietigd te worden. De Hoge Raad is van mening dat het hof de aanslag in de ingezetenenomslag van HHNK terecht heeft vernietigd.
De Hoge Raad verklaart het door het Hoogheemraadschap ingestelde beroep in cassatie ongegrond.
DATUM:
17 april 2009
ECLI:
ECLI:NL:HR:2009:BG4766
ZAAKNUMMER:
42 365
INSTANTIE:
Hoge Raad
