Watertoeristenbelasting bij vaste ligplaatsen
In geschil is of X in de gemeente Súdwest-Fryslân watertoeristenbelasting verschuldigd is voor het gebruik van de passantenkade en de verhuur van vaste ligplaatsen. De rechtbank oordeelt dat X aan huurders van vaste ligplaatsen in haar jachthaven gelegenheid biedt tot het “houden van verblijf tegen vergoeding”. Daarmee is ten aanzien van de verhuur van vaste ligplaatsen sprake van een belastbaar feit. De wet en de wetsgeschiedenis bieden geen duidelijkheid over de betekenis van “verblijf houden”. Uit het arrest van de Hoge Raad van 21 juli 1987 volgt echter dat het gebruik dat vaste ligplaatshouders doorgaans van hun vaartuig maken, als verblijf houden moet worden aangemerkt. De reis naar het vaartuig en het daarmee gepaard gaande, ook kortdurende, verblijf in de jachthaven hebben voldoende zelfstandige betekenis om van verblijf te kunnen spreken. Dat huurders uiteindelijk vooral willen varen, maakt dit niet anders.
Terug naar kennisbankDATUM:
13 augustus 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBNNE:2026:3473
ZAAKNUMMER:
24/3714
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
