Schending zorgvuldigheidsbeginsel door negeren stelling woonoppervlakte
De heffingsambtenaar heeft pas in het verweerschrift de juiste woonoppervlakte gehanteerd. X stelt dat hij hierdoor in zijn procesbelang is geschaad, omdat hij beroep moest instellen om dit erkend te krijgen. Daarom bestaat volgens X recht op proceskostenvergoeding. Het hof neemt als uitgangspunt dat de woonoppervlakte essentieel is voor de WOZ-waardebepaling. X heeft al in bezwaar de onjuiste oppervlakte aangevoerd, maar de heffingsambtenaar heeft deze klachten naast zich neergelegd met de enkele algemene opmerking dat er nogmaals is gekeken naar de woonoppervlakte en dat hij de woonoppervlakte nog steeds juist acht. Pas in beroep erkende hij dat een verkeerde oppervlakte was gehanteerd, zonder uit te leggen waarom deze fout niet al in bezwaar was hersteld. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb heeft geschonden door in bezwaar onvoldoende kennis te vergaren over de juiste woonoppervlakte. X moest daarom beroep instellen om deze fout aan de orde te stellen. Dat de WOZ-waarde uiteindelijk niet te hoog was vastgesteld, doet hieraan niet af. De schending van het zorgvuldigheidsbeginsel rechtvaardigt een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase. Een vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase wordt afgewezen, omdat de WOZ-beschikking niet is herroepen wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.
Terug naar kennisbankDATUM:
01 juli 2026
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2026:1725
ZAAKNUMMER:
23/1240
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
