Forensenbelasting niet in strijd met art. 8 EVRM
X bezit door een erfenis een huis in andere gemeente dan die waar zij staat ingeschreven in de BRP, én dan waar zij haar duurzaam verblijft heeft. Art. 8 EVRM is volgens X geschonden, omdat zij een sterke emotionele band heeft met haar ouderlijk huis. Het begrip ‘hoofdverblijf’ is zodoende in strijd met art. 8 EVRM, omdat zij meerdere ‘thuisplekken’ heeft. Het hof oordeelt dat het betoog van X niet slaagt. Het begrip woning wordt in het kader van het EVRM ruim uitgelegd. Art. 8 lid 2 EVRM maakt evenwel een uitzondering voor maatregelen die bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van het economische welzijn van het land. Belastingheffing valt in beginsel onder die uitzondering. Het enkele feit dat de wetgever ervoor heeft gekozen om het criterium ‘hoofdverblijf’ te hanteren, voor de vraag of wel of niet forensenbelasting kan worden geheven, vormt dan ook geen inbreuk op art. 8 EVRM.
Terug naar kennisbankDATUM:
03 juni 2026
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2026:1452
ZAAKNUMMER:
25/171 en 25/173
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
