De grondprijzenbrief is een zaakstuk
In geschil is of de grondprijzenbrief een zaakstuk is dat op grond van art. 40 lid 2 Wet WOZ overlegd had moeten worden. Het hof overweegt dat de grondprijzenbrief een dergelijk stuk is. De heffingsambtenaar heeft de brief rechtstreeks gebruikt bij de waardebepaling en X heeft in haar bezwaarschrift een voldoende gespecificeerd verzoek om verstrekking daarvan gedaan. Bij een stuk dat via internet algemeen en vrij toegankelijk is, kan worden volstaan met een aanduiding van de website waarop dat stuk te vinden is. De heffingsambtenaar heeft niet uiterlijk in de uitspraak op bezwaar het stuk verstrekt of verwezen naar een website. De heffingsambtenaar heeft daarom art. 40 lid 2 Wet WOZ geschonden. Tevens is art. 8:42 Awb geschonden door de grondprijzenbrief niet als op de zaak betrekking hebbend stuk te overleggen. De grondprijzenbrief is immers een stuk dat ter raadpleging ter beschikking heeft gestaan aan de heffingsambtenaar en relevant is voor de beslechting van een bestaand geschilpunt.
Terug naar kennisbankDATUM:
19 mei 2026
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2026:1741
ZAAKNUMMER:
25/358
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
