Kortlopende pachtovereenkomsten staan niet in de weg aan cultuurgrondvrijstelling
Uit de stukken en verklaringen blijkt dat de percelen in de relevante jaren feitelijk en structureel agrarisch zijn gebruikt. Op de grond zijn steeds gewassen geteeld door dezelfde teler in het kader van zijn bedrijfsvoering. De overgelegde kortlopende pachtovereenkomsten sluiten aan bij de teeltcyclus en staan niet in de weg aan het oordeel dat de grond ook buiten de contractperiodes als landbouwgrond in gebruik bleef. Ook buiten de pachtperiodes vonden landbouwgerelateerde werkzaamheden plaats, zoals onderhoud van sloten en het beschikbaar houden van de grond voor teelt. Daarnaast bevestigen luchtfoto’s uit 2022–2025 dat de percelen in gebruik waren voor landbouw. Er is dus sprake van bedrijfsmatige exploitatie van cultuurgrond. De vrijstelling had moeten worden toegepast.
Terug naar kennisbankDATUM:
23 april 2026
ECLI:
ECLI:NL:RBNHO:2026:5060
ZAAKNUMMER:
24/5678
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Holland
