Strijd met art. 13 lid 2 van de Dienstenrichtlijn

X is een particulier die tegen een vergoeding een woonruimte in Leiden verhuurt. Deze verhuur is volgens de rechtbank een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Het bij de Verhuurverordening geïntroduceerde vergunningstelsel is specifiek gericht op dienstverleners. De onderhavige aanvraagprocedure is een vergunningstelsel zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. De rechtbank acht de gemiddelde behandelduur van 10 uur per aanvraag aan de hoge kant. Daarnaast volgt uit de jurisprudentie van het HvJ EU dat leges een redelijke weergave van de totale kosten moeten zijn en weinig moeten verschillen van de werkelijke kosten per geval. De gemeenteraad brengt voor elke vergunningaanvraag € 938,50 aan leges in rekening. De rechtbank acht het aannemelijk dat aanvragen sterk variëren in complexiteit en daardoor in behandelduur. Gelet op de Dienstenrichtlijn mogen individuele gevallen hierbij echter niet onevenredig financieel belemmerd worden. De aanvraag van X was relatief compleet en eenvoudig. Het is dan ook onaannemelijk dat de werkelijke kosten voor het in behandeling nemen van de aanvraag van X € 938,50 hebben bedragen. De leges (i) zijn niet redelijk en evenredig met de kosten van de vergunningsprocedure en (ii) overschrijden de kosten van de aanvraagprocedure. Daarmee zijn ze in strijd met art. 13 lid 2 van de Dienstenrichtlijn.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.