Matiging wegens no cure no pay-kenmerken
In geschil is of de proceskostenvergoeding terecht is gematigd. De rechtbank beoordeelt of sprake is van een bijzonder geval waarin de vermenigvuldigingsfactor 0,125 niet hoeft te worden toegepast (ECLI:NL:HR:2025:46). Gemachtigde werkt met een zeer laag en nagenoeg symbolisch vast starttarief (€ 34,71 per object) en hanteert een besparingsfee, die slechts verschuldigd is indien de WOZ-waarde wordt verlaagd. Voorts volgt uit de algemene voorwaarden van gemachtigde dat kan worden overeengekomen dat op basis van no cure no pay wordt gewerkt. Bovendien heeft gemachtigde zelf vermeld dat ten aanzien van niet-woningen (bijna) niet op no cure no pay wordt gewerkt, hetgeen impliceert dat dit voor een ander deel wel het geval is. Uit de machtiging volgt tevens dat de kosten van de werkzaamheden neerkomen op de toegekende proceskostenvergoeding. Indien de kosten niet hoger zijn dan de proceskostenvergoeding, loopt de cliënt geen financieel risico, hetgeen duidt op een no cure no pay-constructie. De rechtbank oordeelt dat no cure no pay-kenmerken aanwezig zijn. De vermenigvuldigingsfactor 0,125 is terecht toegepast.
Terug naar kennisbankDATUM:
11 maart 2026
ECLI:
niet gepubliceerd
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
