Beschikking, aanslag en uitspraken op bezwaar door bevoegde ambtenaar
Belanghebbende stelt dat de GR Lococensus-Tricijn (GBLT) niet verbindend is, omdat deze niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aldus is er volgens belanghebbende geen openbaar lichaam tot stand gekomen. Dit heeft volgens belanghebbende tot gevolg dat er geen heffingsambtenaar is aangewezen, omdat B&W van de gemeente Zwolle deze had moeten aanwijzen.
Het hof leidt uit de tekst van en de samenhang tussen de GR, het mandaatbesluit en het aanwijzingsbesluit af dat B&W de bevoegdheid tot onder meer het aanwijzen van een heffingsambtenaar, het nemen van WOZ-beschikkingen, het vaststellen van aanslagen OZB en het doen van uitspraak op hiertegen gerichte bezwaarschriften, met ingang van 2014 heeft overgedragen aan het dagelijks bestuur van GBLT. Het dagelijks bestuur van GBLT heeft de bevoegdheid om onder meer de inspecteur (de heffingsambtenaar) aan te wijzen gemandateerd aan de directeur van GBLT en de directeur van GBLT heeft de inspecteur (de heffingsambtenaar) aangewezen. De heffingsambtenaar heeft verwezen naar de publicatie van de GR in het huis-aan-huisblad “De Peperbus”. Daarenboven heeft het hof vastgesteld dat de GR op de website van GBLT bekend is gemaakt. De GR is derhalve op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Belanghebbende heeft ook gesteld dat mandatering van de bevoegdheden van het dagelijks bestuur een wettelijke grondslag ontbeert, hetgeen tot gevolg heeft dat het dagelijks bestuur van GBLT de beschikking, de aanslag en de uitspraken op bezwaar had moeten vaststellen. De heffingsambtenaar was hiertoe dus niet bevoegd, aldus belanghebbende. Hoofdstuk 10, titel 10.1, afdeling 10.1.1 van de Awb geeft een regeling voor mandaat. Deze bepalingen van de Awb bieden een algemene basis voor het verlenen van de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Het hof is niet gebleken dat het door belanghebbende betwiste mandaat aan de directeur van GBLT is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid.
Anders dan belanghebbende betoogt, komt het hof tot de conclusie dat het mandaatbesluit en het aanwijzingsbesluit rechtsgeldig zijn genomen en het door de heffingsambtenaar bepleite rechtsgevolg hebben, namelijk dat de beschikking, de aanslag en de uitspraken op bezwaar door de bevoegde ambtenaar zijn vastgesteld of gedaan.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie met toepassing van art. 81 RO ongegrond.
DATUM:
09 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:1047
ZAAKNUMMER:
17/00060
INSTANTIE:
Hoge Raad
