Gemeentelijke wetgever nauwelijks beperkt in de tariefvaststelling
X stelt dat het aanslagbedrag van € 9.483,90 over 2019 is verhoogd naar € 31.950,40 over 2023, en dat nergens uit valt af te leiden dat het belang van de horeca is meegenomen. De heffingsambtenaar stelt dat de gemeenteraad een tariefdifferentiatie voor ogen stond, waarbij gebieden met een vergelijkbare druk hetzelfde tarief krijgen. Uit de stapsgewijze verhoging blijkt dat rekening is gehouden met het horecabelang. De tarieven hangen samen met het verdienpotentieel van de terrasexploitatie en met een vergelijking van tarieven in andere steden met veel bezoekers. De rechtbank overweegt dat de gemeentelijke wetgever nauwelijks beperkt is in de tariefvaststelling. Voor rechterlijk ingrijpen is alleen plaats als de besluitvorming oncontroleerbaar of onzorgvuldig is geweest. Hiervan is gezien de uitleg van de heffingsambtenaar geen sprake. Het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden.
Terug naar kennisbankDATUM:
28 april 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2025:2893
ZAAKNUMMER:
24/5784
INSTANTIE:
Rechtbank Amsterdam
