Grondslag voor heffing ontbreekt in verordening

X stond in de gemeente van zijn hoofdverblijf ingeschreven als ingezetene in de BRP. Volgens de tarieventabel wordt afvalstoffenheffing geheven ‘indien het perceel (…) een recreatiewoning (…) is waarvan de gebruiker niet als ingezetene staat ingeschreven in de BRP’. X stelt dat dit niet op hem van toepassing is, omdat hij wél als ingezetene staat ingeschreven in de BRP. De rechtbank overweegt dat een belastingverordening de essentialia van de heffing moet bevatten en glashelder moet zijn over de vraag wie wanneer waarover belasting moet betalen en ook over hoeveel belasting dat dan precies is. Dit is een objectieve toets, bezien vanuit het perspectief van de belastingplichtige. Niet doorslaggevend is wat de gemeentelijke wetgever heeft bedoeld te zeggen, maar wat een doorsnee burger redelijkerwijs uit de tekst zal opmaken. De doorsnee burger zal denken dat alleen recreatiewoningen met een gebruiker zonder inschrijving in de BRP met de heffing worden geconfronteerd. De stelling van de heffingsambtenaar dat duidelijk bedoeld werd gebruikers van recreatiewoningen te belasten, is volgens de rechtbank dan ook onjuist. Dat X van de bedoeling van de heffingsambtenaar afwist, doet niet ter zake.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.