Vrijstelling in strijd met het gelijkheidsbeginsel

X stelt dat de aanslag watertoeristenbelasting onterecht is opgelegd vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel. Leden van watersportverenigingen zijn vrijgesteld, terwijl X voor vergelijkbare exploitatie van een jachthaven wordt aangeslagen. Het hof overweegt dat de gemeentelijke wetgever bij het onderscheid is uitgegaan van de ervaringsregels dat leden van watersportverenigingen in haar gemeente sporten en niet als toerist aanwezig zijn. Voor beoordeling van de ervaringsregels wijst X op de statuten van de watersportverenigingen. Deze vermelden dat leden niet alleen in wedstrijdverband, maar ook in toeristisch verband lid kunnen zijn. Dit betekent dat niet in redelijkheid gesteld kan worden dat leden van een watersportvereniging in de gemeente ‘sporten’. Gelet op die statuten kan er evenmin van uitgegaan worden dat leden van een watersportvereniging ‘niet als toerist aanwezig zijn’. De gemeentelijke wetgever mocht dan ook in redelijkheid niet van de aan de vrijstelling ten grondslag liggende ervaringsregels uitgaan. Nu er geen rechtvaardigingsgrond voor de vrijstelling aanwezig is, leidt de Verordening tot strijd met het gelijkheidsbeginsel en dient deze onverbindend te worden verklaard.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.