Niet op voorgeschreven wijze bekendgemaakt mandaatbesluit benadeelt belanghebbende niet
Het hoger beroepschrift tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij de navorderingsaanslag IB/PVV was vernietigd, is namens de inspecteur ingediend door C. Belanghebbende heeft de bevoegdheid van C betwist. De inspecteur heeft een Besluit mandaat- en (vol)machtverlening Belastingdienst toegezonden, alsmede een uittreksel van een bij dit besluit behorend Bevoegdhedenregister rechtbanken en gerechtshoven, waarin de vertegenwoordigingsbevoegdheid van C bij procedures bij rechtbanken en gerechtshoven is neergelegd. Het mandaatbesluit en bevoegdhedenregister zijn niet gepubliceerd in de Staatscourant. Het hof heeft, gelet op de overgelegde stukken en op het bepaalde in artikel 27, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, C bevoegd geacht tot het instellen van het hoger beroep. Aan de rechtsgeldigheid van het mandaatbesluit en bevoegdhedenregister doet niet af dat deze niet in de Staatscourant zijn gepubliceerd, aldus het hof. Het middel komt op tegen dit oordeel met het betoog dat het hof ten onrechte betekenis heeft toegekend aan het Besluit en het bijbehorende bevoegdhedenregister, aangezien deze stukken niet op de in artikel 3:42 van de Awb voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt.
De Hoge Raad overweegt dat blijkens het mandaatbesluit C bevoegd was het hoger beroepschrift in te dienen. Aan dit mandaatbesluit kleeft weliswaar een formeel gebrek doordat het niet op de in artikel 3:42 van de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, maar daaraan behoeft ingevolge artikel 6:22 van de Awb geen sanctie te worden verbonden, tenzij belanghebbende daardoor zou zijn benadeeld (vgl. HR 16 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8937). Het middel houdt niet in dat belanghebbende enig nadeel heeft ondervonden door het formele gebrek en de uitspraak van het hof of de stukken van het geding bevatten ook geen aanwijzingen dat een benadeling zich heeft voorgedaan.
DATUM:
14 augustus 2015
ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:2162
ZAAKNUMMER:
14/02492
INSTANTIE:
Hoge Raad
