Overmacht bij autopech
Naar aanleiding van autopech is de auto van X tot stilstand gekomen en in een parkeervak geplaatst. Voor het wegslepen van het voertuig is een garagehouder ingeschakeld. Vanwege drukte bij de garage is de auto echter bijna 5 dagen in het parkeervak blijven staan, zonder dat parkeerbelasting is voldaan. De heffingsambtenaar heeft daarom twee naheffingsaanslagen opgelegd: één voor de eerste dag en één voor de laatste dag van het parkeren. X stelt dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd en doet een beroep op overmacht. De heffingsambtenaar stelt dat slechts in uitzonderlijke gevallen een geslaagd beroep op overmacht kan worden aangenomen, namelijk wanneer de betrokkene door een acute of spoedeisende situatie verhinderd is parkeerbelasting te voldoen. Ten aanzien van de eerste naheffingsaanslag acht de rechtbank aannemelijk dat sprake was van een uitzonderlijk geval. Gelet op de medische toestand van X kon van haar niet redelijkerwijs worden gevergd de parkeerbelasting te voldoen, of een derde daarvoor in te schakelen, op het moment dat zij haar auto noodgedwongen moest parkeren. Ten aanzien van de tweede naheffingsaanslag is de rechtbank van oordeel dat niet langer sprake is van een uitzonderlijk geval, nu X geen feiten heeft gesteld waaruit volgt dat zij gedurende de gehele tussenliggende periode niet in staat was de parkeerbelasting te voldoen of daarvoor een ander in te schakelen. Nu inmiddels meerdere dagen waren verstreken sinds de autopech, kan redelijkerwijs niet meer worden aangenomen dat sprake was van overmacht.
Terug naar kennisbankDATUM:
22 augustus 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2025:5289
ZAAKNUMMER:
25/898 en 25/1844
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
