Het aanbieden van verblijf en bijkomende diensten relevant

In geschil is of X in de jaren 2014 tot en met 2021 degene is geweest die op het vakantiepark verblijf aan arbeidsmigranten heeft aangeboden en daarom terecht als belastingplichtige is aangemerkt. X stelt dat primair de uitzendbureaus en huisvestingsbedrijven die de accommodaties huurden, en subsidiair een aan haar gelieerde vennootschap belastingplichtig zijn. De heffingsambtenaar motiveert dat X en de gelieerde vennootschap sterk met elkaar geïntegreerd zijn en dat de vennootschap handelt in opdracht van X. De rechtbank volgt dit standpunt. Huurovereenkomsten die de stellingen van X ondersteunen, ontbreken. Bij het vaststellen van de belastingplicht is niet alleen het aanbieden van verblijf relevant, maar ook het aanbieden van bijkomende en aanvullende diensten. Op basis van een weging van een aantal diensten concludeert de heffingsambtenaar dat X zowel het verblijf als het merendeel van de aanvullende diensten aanbiedt. Gelet op de betrokkenheid van X bij de verhuur van vakantiewoningen, is voldoende aannemelijk dat zij degene is die gelegenheid biedt tot verblijf in die woningen en belastingplichtig is. Het werkelijke aantal overnachtingen ligt hoger dan opgegeven. De aanslagen zijn eerder te laag dan te hoog vastgesteld. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.