Rechtbank heeft verzoek om uitstel ten onrechte afgewezen
Aan X is een brief gestuurd waarin dat de rechtbank aangeeft voornemens te zijn het beroep van X op 18 april 2024 te behandelen. De gemachtigde heeft de rechtbank verzocht om een andere zittingsdatum, omdat op die dag verschillende zaken van hem worden behandeld bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Vervolgens heeft X in 31 verhinderdagen doorgegeven. De rechtbank heeft het verzoek om uitstel van de zitting afgewezen. X en zijn gemachtigde zijn niet ter zitting van de rechtbank verschenen. X verzoekt om terugwijzing naar de rechtbank. Volgens het hof is de enkele omstandigheid dat sprake is van (zeer) veel verhinderdata in een tijdsperiode van 2 maanden niet een reden om een verzoek om uitstel af te wijzen. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de rechtbank. X is door de gang van zaken niet in zijn verdediging geschaad.
Terug naar kennisbankDATUM:
01 mei 2025
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2025:1087
ZAAKNUMMER:
24/681
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
