Rechtbank heeft verzoek om uitstel ten onrechte afgewezen

Aan X is een brief gestuurd waarin dat de rechtbank aangeeft voornemens te zijn het beroep van X op 18 april 2024 te behandelen. De gemachtigde heeft de rechtbank verzocht om een andere zittingsdatum, omdat op die dag verschillende zaken van hem worden behandeld bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Vervolgens heeft X in 31 verhinderdagen doorgegeven. De rechtbank heeft het verzoek om uitstel van de zitting afgewezen. X en zijn gemachtigde zijn niet ter zitting van de rechtbank verschenen. X verzoekt om terugwijzing naar de rechtbank. Volgens het hof is de enkele omstandigheid dat sprake is van (zeer) veel verhinderdata in een tijdsperiode van 2 maanden niet een reden om een verzoek om uitstel af te wijzen. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de rechtbank. X is door de gang van zaken niet in zijn verdediging geschaad. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.