Heffingsambtenaar was verplicht op het verzoek om dwangsom te beslissen
X stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Soest 3 dwangsommen verschuldigd is, voor de bezwaren tegen de WOZ-beschikking, tegen de aanslag rioolheffing en tegen de aanslag afvalstoffenheffing. Er is 1 dwangsom uitbetaald en wettelijke rente vergoed, maar er is geen dwangsombeschikking afgegeven. Volgens het hof is het beroep tegen het niet tijdig beslissen onredelijk laat ingediend. Maar als de heffingsambtenaar gedurende de beroepsprocedure alsnog beschikkingen neemt, wordt het beroep geacht mede daarop betrekking te hebben. De heffingsambtenaar heeft de beschikkingen niet onverplicht genomen, omdat geen dwangsom verschuldigd was. Dat een tweede dwangsom volgens de rechtbank geweigerd had moeten worden, brengt wellicht mee dat op het verzoek door de heffingsambtenaar verkeerd is beslist, maar maakt niet dat deze niet verplicht was op het verzoek te beslissen. Nu de heffingsambtenaar na het instellen van beroep wegens niet-tijdig beslissen alsnog (deels) tegemoet is gekomen aan X, had de rechtbank de heffingsambtenaar moeten veroordelen in de proceskosten.
Terug naar kennisbankDATUM:
20 mei 2025
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2025:3101
ZAAKNUMMER:
23/2278
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
