Ingebrekestelling moet uit 1 geschrift blijken

In geschil is of de inspecteur wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar een dwangsom heeft verbeurd. Het hof heeft overwogen dat de gemachtigde in verschillende brieven heeft vermeld dat de inspecteur in gebreke wordt gesteld voor het niet tijdig beslissen op het bezwaar, maar dat uit die brieven niet kenbaar is op welke te nemen besluiten de ingebrekestelling betrekking heeft. De inspecteur heeft verklaard dat hem pas bij de tweede brief duidelijk was welke belastingplichtigen de gemachtigde vertegenwoordigde. Het hof heeft daaruit afgeleid dat het de inspecteur vanaf dat moment duidelijk moet zijn geweest op welke besluiten de ingebrekestelling betrekking had. Niet is vereist dat nadien door de belanghebbende alsnog een schriftelijke ingebrekestelling wordt ingediend die voldoet aan alle eisen die daaraan worden gesteld, aldus het hof.
De Hoge Raad overweegt dat voor een ingebrekestelling de eis geldt dat uit een geschrift duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarvoor is niet vereist dat in dit geschrift bepaalde termen zoals ‘aanmanen’ of ‘in gebreke stellen’ worden gebruikt. Wel is vereist dat het geschrift voldoende duidelijk maakt (i) op welke aanvraag het betrekking heeft, (ii) dat de belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag heeft beslist, en (iii) dat de belanghebbende erop aandringt dat zo’n beslissing alsnog wordt genomen (HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1121 en ECLI:NL:HR:2016:1124). Het oordeel van het hof houdt in dat voormelde elementen van de ingebrekestelling kunnen zijn vervat in verschillende geschriften, waarbij van een ingebrekestelling sprake is – en de ingebrekestelling aan alle daaraan te stellen eisen voldoet – met het geschrift waarin het laatste ontbrekende element is opgenomen. Het oordeel van het hof berust op een onjuiste rechtsopvatting. Wil sprake zijn van een ingebrekestelling dan dient het daartoe strekkende geschrift op zichzelf beschouwd voldoende duidelijk te zijn in die zin dat het alle constitutieve elementen bevat.
De Hoge Raad oordeelt dat geen van de brieven van belanghebbende op zichzelf beschouwd kan worden aangemerkt als ingebrekestelling.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.